De Plompe Toren in Koudekerke

De Plompe Toren vormt een markant herkenningspunt vlakbij de Oosterscheldedijk in Burghsluis. De toren is het laatste restant van het verloren gegane plaatsje Koudekerke. Toen de zee in 1581 het dorpje had verzwolgen, nam de stad Zierikzee het beheer en onderhoud van de toren voor haar rekening. De stad had hier belang bij, want de toren diende als baken voor de drukke scheepvaart op de Oosterschelde. De Plompe Toren wees de schepen die naar Antwerpen voeren de weg en vormde een belangrijk herkenningspunt. Toen de Oosterschelde verder oprukte en het hele dorp wegspoelde, bleef alleen de kerktoren over (voor 1700). Wederom nam de stad Zierikzee de zorg voor de toren op zich. In 1784 werd de buitenzijde hersteld en tot ver in de 19e eeuw bleef dat zo. In 1867 werd hij overgedragen aan de rijksoverheid (Rijksdienst der Domeinen). In 1935 zorgde de oud-burgemeester van Noordgouwe, jonkheer C.A. van Citters, voor een restauratie.

In datzelfde jaar gaf het Rijk de toren in bruikleen aan de gemeente Haamstede, mits de gemeente ook beloofde het onderhoud voor haar rekening te nemen. De gemeente ging de toren als uitkijktoren gebruiken en probeerde uit de entreegelden een deel van het onderhoud te bekostigen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog liep de toren veel schade op en ruim twintig jaar later volgde een restauratie (1965). Zierikzee heeft zich altijd sterk verantwoordelijk gevoeld voor de Plompe Toren want de stad gaf in 1974 opdracht de buitenkant te restaureren. Dankzij de verschillende restauraties kon de architectuurhistorische betekenis behouden blijven, een mooi staaltje van Zeeuwse bouwkunst uit de 14e eeuw. De toren is als monument een bron geweest voor sagen en legenden. De uit mondelinge overlevering spannende volksverhalen behoren zonder twijfel tot het Zeeuwse immateriële erfgoed.