Subsidieregeling

SUBSIDIEREGELING RESTAURATIE EN ONDERHOUD RIJKSMONUMENTEN STICHTING MONUMENTEN SCHOUWEN- DUIVELAND

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen

In deze Subsidieregeling wordt verstaan onder:

a. Monumenten: de objecten, die zijn aangewezen als Rijksmonument.
b. Eigenaar: in deze Subsidieregeling wordt onder eigenaar, zoals geregistreerd in het Kadaster, mede verstaan:

  • degene die het recht van erfpacht heeft;
  • de houder van een recht van opstal;
  • de houder van een appartementsrecht;
  • de toekomstige eigenaar, erfpachter, houder van een recht op opstal of houder van een appartementsrecht.
    c. Subsidiabele kosten: het bedrag dat overblijft na toekenning van subsidie door Rijk, Provincie of Gemeente, waarbij beschikkingen dienen te worden overgelegd met als basis de kosten van:
  • de aanneemsom;
  • het honorarium van de architect en andere adviseurs;
  • de verschuldigde omzetbelasting, tenzij deze fiscaal te verrekenen is;
  • eventueel noodzakelijk meerwerk tot max. 5% van de aanneemsom. Indien de werkzaamheden (voor een deel) worden verricht in zelfwerkzaamheid, worden de loonkosten niet tot de subsidiabele kosten gerekend.
    d. Restauratie: voorzieningen en werkzaamheden aan een Rijksmonument, het normale onderhoud te boven gaande, die voor het herstel van het Rijksmonument noodzakelijk zijn.
    e. Onderhoud: periodieke werkzaamheden aan een (gedeeltelijk) in goede staat verkerend Rijksmonument, welke werkzaamheden door het bestuur als zodanig worden aangemerkt en dienen om het Rijksmonument als zodanig in stand te houden.
    f. Bestuur: Het bestuur van de Stichting Monumenten Schouwen-Duiveland.

Artikel 1.2 Reikwijdte

  1. Deze subsidieregeling is van toepassing op de subsidiering van Rijksmonumenten binnen de gemeente Schouwen-Duiveland.
  2. Het bestuur verleent, met inachtneming van het bepaalde in de wet en deze regeling, aan aanvragers subsidie.

Artikel 1.3 Subsidieplafond

  1. Het bestuur stelt jaarlijks het subsidieplafond vast door vaststelling van de betreffende begrotingspost.
  2. De aanvragen worden op volgorde van binnenkomst maximaal 2x per jaar door het bestuur beoordeeld totdat het jaarlijks vastgestelde subsidieplafond is bereikt.
  3. Het bestuur weigert een gevraagde subsidie voor zover door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden.
  4. De aanvragen, die gelet op het beschikbare subsidiebedrag, niet kunnen worden gehonoreerd, kunnen met ingang van 1 januari van het daarop volgende jaar wederom worden ingediend als de weigering uitsluitend is gebaseerd op het bereiken van het subsidieplafond.

Artikel 1.4 Algemene voorwaarden

  1. Bij de uitvoering van de werkzaamheden mag niet worden gehandeld in strijd met het bepaalde in de van gemeentewege verstrekte omgevingsvergunning.
  2. De restauratie moet zijn voltooid binnen twee jaren na de subsidieverlening, tenzij het bestuur heeft toegestaan dat de restauratie in ten hoogste vier fasen, doch uiterlijk binnen vier jaren, wordt uitgevoerd mits in de eerste fase ten minste de bouwtechnische gebreken van het gehele pand worden opgeheven.
  3. De eigenaar verplicht zich na afloop van de restauratie het Rijksmonument te onderhouden in de staat, waarin het door de restauratie is gebracht. Daartoe verplicht de eigenaar zich gedurende een periode van tenminste vijftien jaar na de vaststelling van de subsidie het Rijksmonument minstens eenmaal per twee jaar in opdracht en voor rekening van de eigenaar door de Monumentenwacht Zeeland te laten inspecteren op onderhoudsgebreken.
  4. Binnen 26 weken na de datum van de subsidieverlening voor onderhoud dient met het treffen van de werkzaamheden een aanvang te zijn gemaakt en de werkzaamheden dienen te zijn voltooid binnen 52 weken na aanvang van de werkzaamheden.
  5. De onderhoudsubsidie kan in het geval dat een Rijksmonument of onderdeel van een Rijksmonument is gerestaureerd zoals bedoeld in hoofdstuk 2 van deze regeling, niet eerder worden aangevraagd dan twee jaar na de datum van voltooiing van de restauratie.
  6. De eigenaar verplicht zich vanaf de aanvang van de restauratie op zijn kosten het Rijksmonument te verzekeren dan wel verzekerd te houden tegen brand-, storm- en bliksemschade, hetgeen dient te blijken uit een kopie van de verzekeringspolis, die na het toekennen van de subsidie en voor het beëindigen van de werkzaamheden dient te worden overgelegd.
  7. Het definitief vaststellen van een verleende subsidie door het bestuur vindt plaats nadat de subsidieontvanger een schriftelijke gereedmelding van de in de subsidieaanvraag opgenomen werkzaamheden en een gespecificeerde geldelijke verantwoording met betalingsbewijzen van die werkzaamheden heeft overgelegd.
  8. Indien het Rijksmonument binnen twee jaar na de vaststelling van de subsidie wordt verkocht dient de verleende subsidie te worden gerestitueerd binnen drie maanden na vastlegging van de verkoop in het Kadaster.

Artikel 1.5 Tijdstip indiening aanvraag, te verstrekken gegevens

  1. De aanvraag om verlening van een subsidie wordt bij het bestuur ingediend.
  2. Aanvragen voor subsidie kunnen te allen tijde worden ingediend.
  3. Onverminderd het bepaalde in de Wet verstrekt de aanvrager bij zijn aanvraag de volgende gegevens en/of bescheiden:
    1. een gespecificeerde begroting van de kosten;
    2. kopieën van de beschikkingen van de verstrekte subsidie door de subsidieverleners;
    3. een bouwkundig inspectierapport van de Monumentenwacht Zeeland, dat niet ouder is dan 2 jaar;
    4. tekeningen van de bestaande en toekomstige situatie;
    5. in geval van restauratie een restauratieplan dat door een ter zake deskundig architect is ontworpen, die tevens met de begeleiding van de uitvoering van het plan is belast, een en ander ter beoordeling van het bestuur.

Artikel 1.6 Beoordelingscriteria

  1. Het bestuur verleent subsidie indien aan elk van de volgende beoordelingscriteria wordt voldaan:
    1. uit het bouwkundige inspectierapport als bedoeld in artikel 1.5, derde lid, onder c. blijkt dat het Rijksmonument of het betreffende onderdeel van het Rijksmonument in matige of slechte kwaliteit verkeert;
    2. de kosten van de werkzaamheden in redelijke verhouding staan tot het te bereiken kwaliteitsniveau en de waarde van het Rijksmonument;
    3. het plan sober en doelmatig is;
    4. het Rijksmonument na het treffen van de voorzieningen (onderhoud- of restauratiewerkzaamheden) naar het oordeel van het bestuur voldoet aan redelijke eisen, die vanuit het oogpunt van een zorgvuldig monumentenbeheer kunnen worden gesteld.
  2. Het bestuur verleent geen subsidie indien:
    1. er met de werkzaamheden is aangevangen voordat op de aanvraag om verlening van subsidie is beslist;
    2. de met controle belaste personen op de door die personen te bepalen tijdstippen geen toegang wordt verleend tot het pand of object en/of geen gelegenheid wordt geboden tot het controleren van de gegevens, betrekking hebbend op de uit te voeren of reeds uitgevoerde werkzaamheden;
    3. de kosten van de restauratie of het onderhoud op grond van een verzekering gedekt worden of op derden verhaald kunnen worden;
    4. de voor het verrichten van de activiteiten noodzakelijke vergunningen niet zijn verleend;
    5. de subsidiabele kosten van de te verrichten werkzaamheden minder bedragen dan € 250,-;
    6. de geplande werkzaamheden niet in redelijke verhouding staan tot het te verkrijgen resultaat.

Artikel 1.7 Subsidieverlening

Bij haar besluit op de aanvraag houdt het bestuur rekening met:

  1. De esthetische, wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde van het Rijksmonument.
  2. De bouwtechnische en uiterlijke staat van het Rijksmonument mede in relatie tot zijn omgeving.
  3. Het huidige en toekomstige gebruik van het Rijksmonument.

Artikel 1.8 Herziening bedragen

Het bestuur kan jaarlijks per 1 januari de in deze regeling opgenomen bedragen herzien.

HOOFDSTUK 2 RESTAURATIESUBSIDIE

Artikel 2.1 Subsidieverlening

  1. Het bestuur kan aan een eigenaar van een Rijksmonument subsidie verlenen in de kosten van restauratie, die voor het herstel van het Rijksmonument noodzakelijk zijn.
  2. De subsidie zoals bedoeld in het eerste lid bedraagt ten hoogste € 10.000,– incl. BTW indien deze fiscaal niet te verrekenen is of ten hoogste € 10.000,– excl. BTW indien deze fiscaal wel te verrekenen is.
  3. Een eigenaar kan slechts eenmaal per vijf jaar in aanmerking komen voor subsidie in de kosten van een restauratie.

HOOFDSTUK 3 ONDERHOUDSSUBSIDIE

Artikel 3.1 Subsidieverlening

  1. Het bestuur kan aan een eigenaar van een Rijksmonument subsidie verlenen in de kosten van het onderhoud van dat Rijksmonument wanneer het betreffende pand overigens in een goede technische staat verkeert.
  2. De subsidie zoals bedoeld in het eerste lid bedraagt ten hoogste € 5.000,– incl. BTW indien deze fiscaal niet te verrekenen is of ten hoogste € 5.000,– excl. BTW indien deze fiscaal wel te verrekenen is.
  3. Een eigenaar kan slechts eenmaal per drie jaar in aanmerking komen voor subsidie in de onderhoudskosten.

HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 4.1 Bevoegdheden van het bestuur

Het bestuur kan, in bijzondere gevallen, afwijken van het bepaalde in deze regeling, indien een strikte toepassing daarvan zal leiden tot een onevenredige benadeling van de aanvrager of subsidieontvanger.

Artikel 4.2 Citeertitel en inwerkingtreding

  1. Deze regeling kan worden aangehaald als Subsidieregeling Rijksmonumenten Stichting Monumenten Schouwen-Duiveland.
  2. Deze regeling treedt inwerking op de eerste dag na die waarop zij is vastgesteld.

Aldus besloten in de bestuursvergadering van 23 mei 2016.

K.A. Dalebout,
Secretaris.
H.J. Simons,
Voorzitter.